Enkele beschouwingen - Corona in de huisartspraktijk


Inleiding

Deze inleiding schrijf ik vandaag, 3 mei 2020.


De voorbije weken schreef ik enkele beschouwingen.

De exitstrategie was nog niet opgestart.

Op 16 maart besliste de Overheid in paniek tot heel ingrijpende maatregelen niet wetend voor hoe lang. Ze volgde het advies van de experten, namelijk het theoretisch concept ‘flatten the curve’. Meer dan acht weken nu ontneemt de Overheid de burger zeer veel rechten zoals contact binnen familiebanden, bewegingsvrijheid, onderwijs en werk en dit alles op basis van een theoretisch model. In mijn ogen schending van de Mensenrechten. Flatten the curve is bereikt, de curve is afgevlakt, wat is nu het nieuwe doel?

Wetenschappers werken met modellen en theoretische concepten maar zo werkt een maatschappij niet. Het is tijd dat mensen die met mensen werken zoals huisartsen, psychologen, leraren en daadkrachtige politiekers nu mandaten krijgen en nemen. 

Alles wijst erop dat de beslissing voor een hypothetische problematiek in conflict komt met de tastbare, echte problemen die elk van ons dagelijks ervaart. 

We kunnen verder focussen op theoretische concepten en ons dood staren op afvlakkende curves daarbij echter de noden van een maatschappij volledig miskennend. 

Het diepste trauma volgens mij is dat we de medemens als gezondheidsrisico zien en iedereen angst heeft voor contact. Hoe schrijnend is het om te zien dat grootouders bang worden gemaakt voor hun kleinkinderen, dat mensen wegduiken wanneer een voorbijganger te dicht komt en zorgbehoevenden en stervenden menselijke nabijheid moeten ontberen.


1. Dankbaarheid - ‘artsen worden mensen’


Ik heb als huisarts geen ‘Coronavakantie', last van leegte of verveling. Mijn werk gaat door maar het werk voor de lockdown is niet vergelijkbaar met het werk nu. 


Eén aspect is de appreciatie. 


Ik las het in de krant: ‘artsen worden mensen’. Normaal klaagt er altijd wel iemand over de bereikbaarheid, de beschikbaarheid, onduidelijkheden op de website,…alle mogelijke dingen terwijl alle huisartspraktijken maximaal inzetten om aan alle behoeften tegemoet te komen. 


De wettelijke vereisten enerzijds maar ook de klaagzang van de patiënten anderzijds doen menig huisarts, in de 21e eeuw vnl. vrouwen met een gezin,
twijfelen of ze hun job wel verder kunnen zetten. 


Maar sinds de Coronacrisis is wat we doen plots goed, is iedereen dankbaar, krijgen we complimenten, sterkte en goede moed toegewenst. Zelfs applaus om 20u. Hopelijk blijven wij artsen ook mensen na de crisis.


2. Waar blijven de infecties?


Mij is opgevallen dat alle, maar dan ook alle infectieziekten wegvallen. 

De lockdown voorkomt niet alleen verspreiding van het Coronavirus, ook andere virussen hebben geen schijn van kans. Kinderopvang dicht, scholen dicht, sportclubs dicht, café’s en restaurant dicht, winkels dicht. In de voorbije weken zelden nog een patiëntencontact om een infectieus probleem. Geen hoest of snot, geen klierkoorts, geen mycoplasma, geen maag- en darminfecties, ook minder seksueel overdraagbare aandoeningen. Hoe vaak zeggen we niet ‘mijn collega was ook aan het hoesten, dus ja’ of ‘er zijn er wel meer ziek in de klas’. 


Nu is het immuunsysteem danig ‘op vakantie’, hopelijk weet het nog hoe het moet na de lockdown. Deze infectieziekten zullen, los van Corona, ook terug opflakkeren eenmaal terug naar het gewone leven. 


De meeste infectieziekten vragen vnl. isolatie, goede hygiëne en rust van de patiënt.


Ik hoop dat we uit deze Coronacrisis leren en de slechte gewoonte om paracetamol te slikken en gewoon door te gaan voorgoed bannen. Ik pleit er altijd al voor om bij een acute infectie thuis te blijven en te rusten. De 7 tot 14 dagen regel die nu voor Corona gehanteerd wordt is wel erg lang. Maar drie tot vijf dagen rust en isolatie respecteren bij een acute infectie is belangrijk. Het voorkomt verspreiding enerzijds en postvirale klachten zoals vermoeidheid, hervallen, blijvend wat hoesten en snotteren anderzijds. 


Ik ben ervan overtuigd dat we maatschappelijk veel chronische psychosomatische problemen kunnen voorkomen door de genezingstijd van een acute infectieuze aandoening, namelijk een vijftal dagen, te respecteren. 


Niet zelden zie ik mensen die maanden moe lopen, van het ene hoestje in het andere kwaaltje verzeilen en maar blijven doorgaan. Na verloop van tijd weet noch ik noch de patiënt waar het allemaal begon. Dan klinkt het woord chronische vermoeidheid of sukkelt iemand in een burn-out. 


Dat velen de lang gemiste rust omarmden klonk in de eerste weken frequent aan de telefoon.

“Eerlijk waar dokter, het kwam als een geschenk, dit hadden we hier thuis allemaal nodig” of “van mij mag dit nog lang duren, eindelijk rust” en “dokter, is je de stilte in de stad opgevallen? Heerlijk, ik kan met het raam open slapen langs de straatkant. Stiekem hoop ik dat de Gentse Feesten niet doorgaan”of “die dagelijkse trot naar Brussel, dat wil ik nooit meer”. 


Ook berichten ouders: “mijn kind slaapt veel beter nu, is minder hangerig en al weken geen snot meer”, of “mijn kinderen hebben hun eigen ritme gevonden, er is wel eens ruzie maar minder dan voordien. School missen ze niet, wel hun vrienden” en “de ADHD van mijn kind is beduidend beter, we overwegen om thuisonderwijs op te starten” tot “de woede-uitbarstingen van mijn zoon zijn bijna volledig weg, nu beseffen we hoe belastend school is en het dagelijkse ‘moeten' hem ontwrichten”.


3. Waardig sterven 


Het thema ‘sterven’ bespreekt niemand graag, maar het Corona- verhaal drukt iedereen met de neus op de feiten. 

Sterven hoort bij het leven en de huisarts is dé persoon bij uitstek om de laatste levensfase helder en grondig te bespreken met elke patiënt. Als huisarts beloof je, zonder zoveel woorden, aan de patiënt en zijn of haar familie dat je er zal zijn tijdens de terminale fase. Dat je alles zal inzetten om steun te geven, diensten in te schakelen en steeds helder en transparant elke stap in het stervensproces door te spreken. 

Dit is een engagement dat veel tijd, maar vooral ook moed vraagt van mij, als huisarts. Durf ik de uitdaging aangaan en hierover in gesprek gaan? Vandaag zien we hoe schrijnend het is dat vele oude mensen sterven op intensieve zorgen. 

Hadden wij, huisartsen, dit niet kunnen voorkomen? Ik moet toegeven, dat ik ook oudere en chronisch zieke patiënten heb, met wie ik dringend een gesprek ‘einde levensfase’ moet plannen. Misschien moeten we de mensen pro-actief uitnodigen voor zo’n gesprek, op een moment dat het nog niet aan de orde is? 

Het is uiteraard onze taak om te focussen op het leven, maar we kunnen veel ellende voorkomen door de dood als een gegeven te integreren. Wanneer de dood dan dichtbij komt, is de verleiding kleiner om therapeutisch hardnekkig te zijn en de patiënt ‘er nog door te halen’ en kan er vrede gevonden worden in een comfortbehandeling met het advies om nú aanwezig te zijn en te berusten. 

De WZC’s krijgen momenteel veel commentaar te verduren. Het is echter hun verdienste dat de meeste bewoners en hun familie een dergelijk gesprek hebben gekregen: er is duidelijkheid ontstaan rond de gewenste zorg bij ‘einde levensfase’. Hun werk is goud waard. 


Op de dag van de lockdown bezocht ik in het rusthuis mijn oudste patiënte, 94 jaar en zeer zorgbehoevend. Ik ben een ‘praatjes’- huisarts, dus we deden een praatje. 


Ik vroeg hoe het met haar ging. 

‘Ik wil naar huis’, zei ze zacht met haar iele stem. 

‘Welk huis?’ vroeg ik. ‘Je huis-huis? Of thuis waar je man, reeds twee van je kinderen, je ouders, zussen en zoveel anderen op je wachten?’ 

Ze richtte zich op, haar blik plots helder en ze zei ernstig: ‘Dokter, ja, dát huis. Maar weet jij wel hoe moeilijk het is om te sterven? Ik wacht al zolang.’ 

Ze zakte weer wat weg en keek naar haar dochter. 

‘Mama, van ons mag je gaan, hoor.’ 

‘Hoor je dat?’ zei ik. ‘Voor je kinderen is het oké, die doen het allemaal goed, die taak heb je volbracht, je mag loslaten.’ 


Ze zuchtte. 


De dag nadien werd ik opgebeld: of ik dringend kon komen, mevrouw was niet goed. Pas drie uur later kon ik me vrij maken. Toen ik binnenkwam, vond ik de kinderen rond haar bed. Ze was naar huis. Vredig lag ze opgebaard, omringd door haar geliefden. Ik groette haar en wenste haar het allerbeste toe. 


Haar kinderen vertelden dat ze na haar koffie had gezegd dat ze zich niet zo goed voelde en in bed wilde. Daar was haar ademhaling zwakker geworden, soms weggevallen, dan weer zwakjes doorgegaan en uiteindelijk helemaal stilgevallen met een laatste zucht. 

Enkele dagen geleden zag ik toevallig een van haar dochters. Deze vertelde me hoe blij ze allen waren dat hun moeder nog net vóór de eenzame dood die nu iedereen ondergaat, is ingeslapen. ‘Alsof ze het wist.’ 


Ik hou van woonzorgcentra, ze zijn bijzonder. Ze vormen een unieke woongemeenschap waar gezorgd wordt voor de kwetsbare ouderen. 

Niemand spreekt het uit, maar iedereen weet dat dit ‘het laatste station’ is (met uitzondering van kortverblijven). 

Soms verlangt een bewoner naar huis, maar is het huis allang verkocht. Als iemand weet weg te lopen wordt er altijd gezocht in de omgeving van de vroegere woonplek. Voor de meesten echter wordt het WZC hun nieuwe thuis. 


Uit bevraging weten we dat op de vraag ‘Waar wil je sterven?’ bijna alle mensen ‘thuis’ antwoorden. Thuis en liefst omringd door familie. En dat is nu het mooie van een WZC! Het is een woongemeenschap, een soort nieuwe ‘familie’ waar ook het personeel deel van uitmaakt. Zij verzorgen de oudere, kwetsbare mensen tot op het einde en zijn zeer betrokken en verbonden met hen. Velen betreuren het wanneer een bewoner alsnog naar het ziekenhuis wordt gebracht. Ze zijn kundig en beseffen dat de bewoner meestal niet terug komt. 


Familie en/of artsen zijn vaak nog niet bereid om los te laten. We zouden beter ons oor meer te luisteren leggen bij het verzorgend personeel. Zij kennen de bewoners goed, hebben een sterke band met hen en respecteren hun wensen. Zij zijn de eigenlijke professionelen en zijn gericht op waardig sterven. 


Wij huisartsen hebben daarin de laatste jaren een grote mindshift moeten maken: van ‘therapeutische hardnekkigheid’ naar ‘waardig sterven’, naar meer en meer proberen te handelen vanuit dát belang, zodat mensen ‘thuis’ kunnen sterven, omringd door de gemeenschap waarin ze leven. 


Het is uitermate belangrijk bij de rouwverwerking, dat zowel familie als verzorgers de gestorvene kunnen afleggen en tijd krijgen om afscheid te nemen. 



4. Angst voor het ziekenhuis


Door de lockdown is de niet dringende zorg maximaal teruggeschroefd. 


Zo goed als alle artsen hebben minder tot geen werk omdat ze niet meer mogen in de ziekenhuizen, omdat hun werk sterk gericht is op infectieziekten vb. de NKO- en kinderartsen of omdat het werk niet acuut genoeg is of omdat ze niet durven. 


In de huisartspraktijk is er een verschuiving van de problematiek. 

Veel patiënten zijn bang om naar het ziekenhuis te gaan, ze zijn minder vragende partij en checken telefonisch of het wel echt nodig is. 


Nee, het is niet nodig want veel opvolgingen kunnen wij als huisarts perfect op ons nemen en zouden het ook graag doen. 

De Coronacrisis legt bloot wat al lang geweten is, dat het artsenlandschap danig herschreven kan worden: minder specialisten en meer huisartsen. 


De gezondheidszorg zou een stuk goedkoper worden en deze aanpassing zou beide beroepsgroepen herwaarderen. 

De blik van een specialist is voornamelijk gericht op ziekte, hij moet zich daarop kunnen toespitsten binnen zijn vakgebieden. 

De blik van de huisarts is meer gericht op gezondheid. Onze taak is grotendeels geruststellen door een gezondheidsprobleem te kaderen en het verloop in de tijd op te volgen. Wij huisartsen kennen onze patiënt, plaatsen zijn vragen en bezorgdheden binnen zijn biografische context en indien nodig verwijzen we door. 


Een zeer positieve noot is dat de specialist nu echt bereikbaar is. Ik krijg ze vlot persoonlijk aan de lijn voor overleg en ik kan onmiddellijk terugkoppelen naar de patiënt. Eveneens mag de patiënt direct op consultatie gaan en moet niet doorgestuurd worden via Spoed.

Op doorverwijzing van de huisarts van wacht meldde een 48 jaar vrouw, zonder risicofactoren zich op Spoed met een drukkend gevoel op de borst links. 


Daar werd ze professioneel opgevangen en van kop tot teen onderzocht en uiteindelijk terug naar huis gestuurd met de boodschap dat haar hart normaal was en er geen verdenking was voor Corona. Maar omdat haar zuurstofsaturatie niet optimaal was zouden ze haar over twee dagen nog eens opbellen vanuit een Coronateam om de klachten te evalueren. 


Gerustgesteld kwam ze thuis, deze professionele aandacht van zo veel vriendelijke mensen had haar goed gedaan. 

Zelf dacht ze eraan dat het ook spanning in de nek kon zijn en de volgende maandag kon ze bij een osteopaat terecht. Hij deblokkeerde haar nek en schouder en de klachten waren beduidend beter. 

Het beloofde telefonisch consult lag in dezelfde lijn, het verhaal leek afgesloten. 


Echter alle hens aan dek, een uur later belde het ziekenhuis terug op, ze hadden alles nog eens besproken en een controle bij de cardioloog leek hen toch wel zinvol, voor alle zekerheid. 


Na een rondje joggen zonder klachten vroeg ze zich af of deze controle nog wel nodig was en ze belde mij voor advies. 


Ik glimlachte, in mijn ogen een typisch verhaal! 


Professioneel begeleid maar werkelijk overshooting, absolute luxegeneeskunde met als kers op de taart nog een consult bij de cardioloog. Vele mensen zijn hier erg blij mee, hebben het gevoel dat ze goed medisch begeleid worden maar wij artsen, zowel huisartsen als specialisten weten dat dit allemaal overbodig is. 


“Ach kom” zei ik, “nu je toch bezig bent, werk dat straatje nu maar af, dan kan je de komende 10 jaar op twee oren slapen…"


Dus naar de dienst cardiologie. De verpleegsters keken halsreikend uit naar een patiënt want, in dagen van Corona mag enkel acute, dringende zorgverlening. En mijn patiënte, helemaal blij. 


“Al die aandacht, dat was geweldig! Met twee stonden ze te kijken hoe ik de fietsproef deed en vertelden dat ze sinds de Coronatijd het allerlekkerste eten krijgen en blij zijn met elke patiënt”. 


De cardioloog bevestigde de goede conditie van haar hart en voor een tweede keer werd ze gerustgesteld. Mij werd een lang en uitvoerig verslag gestuurd, het was zoals te verwachten in alle opzichten geruststellend en ik glimlachte enerzijds en zuchtte anderzijds.


5. Psychische druk neemt toe

Hoe langer de lockdown duurt hoe meer mensen het psychisch moeilijk krijgen. 


De Coronocrisis duwt vele mensen in een psychisch ongezien lijden tgv stress en onduidelijkheid. Dit uit zich in nervositeit, agressie en angsten of juist apathie, neiging tot depressiviteit, suicidaliteit. 


Als huisarts ben ik deel van een breed zorgnetwerk. In Vlaanderen is dit zeer goed uitgebouwd en bij veel psychische problematiek maak ik daar dankbaar gebruik van. Ook de faciliteiten die de stad biedt zoals het zwembad, de sauna, sportclubs en het cultureel aanbod zet ik graag in. 


De hedendaagse wetenschap en geneeskunde kijkt voornamelijk naar wat ons ziek maakt en weinig naar wat de mens gezond houdt. Een miniscuul stukje RNA, Corona of Covid-19 genaamd heerst mondiaal en we volgen enkele strategen om deze ‘vijand’ te bestrijden. 


Is het niet zinvoller te focussen op wat we nodig hebben om gezond te blijven, zodat Corona geen kansen krijgt? De cijfers bevestigen die nood want Covid-19 treft vooral chronisch zieken. 


Als huisarts sluit je uit of er een ernstig onderliggend probleem is. Is dat zo, dan is doorverwijzing nodig. 

Gelukkig is dat zelden het geval en eenmaal gerustgesteld is het zoeken hoe de veerkracht van de patiënt versterkt kan worden. 

Vele mensen hebben een duw in de rug nodig om te leren luisteren naar wat ze nodig hebben om gezond te blijven en daar voldoende aandacht aan te geven. Bijna al mijn inzetbare zorg en tips zijn nu weggevallen. 


Hoe creatief ben ik als huisarts? Valt psychische zorg onder ‘enkel acute noodzakelijke zorg’ en kunnen ze dus naar de kinesist of osteopaat en vind ik er één die wel nog werkt? Is een skype-gesprek met de psycholoog voor iedereen een optie? Wat doe je bij een Parkinsonpatiënte die veel baat heeft bij haar wekelijkse revalidatie-oefeningen bij de kinesist en de logopedist? Welk alternatief is er voor heup- en knielijders die wekelijks zwemmen om fit te blijven?

“Dokter, ik ben kapot! 

Al 5 weken zit ik met vier kinderen in mijn kot en nu moet ik nog huiswerkbegeleiding doen. We hebben niet genoeg computers in huis en wat voor zin heeft het om een 9- en een 12-jarige voor het scherm te zetten? Met mijn 15-jarige zoon heb ik de voorbije maanden dagelijks discussie over de eindeloze uren scherm. Door school is dat gelukkig beperkt maar nu zit hij er nog meer aan en ik kan niets zeggen. Ik moet mij maar omdraaien en de wiskunde-oefening is veranderd in een schietspel. 

Ik hou dat niet vol! 

Trek ze maar eens mee voor een wandeling of fietstocht, dat hebben ze ondertussen gehad. Oma en opa wonen veraf, een babbel voor de deur zou deugd doen maar dat valt niet onder 'noodzakelijke verplaatsing’ en ik heb geen geld om een boete te betalen. 

Ik heb maar één ding nodig en dat is rust. 

Terug structuur, terug leraren die mijn kinderen mee opvoeden en opleiden. Help, ik hou dit niet vol!” 


Ik belde op eigen initiatief deze patiënte op. Ik ken haar goed en weet hoe kwetsbaar het gezin is. De kinderen hebben al vijf weken geen enkele leeftijdsgenoot gezien. 


“Plan gericht voor elk kind één vriendje en organiseer een moment waarop alle kinderen daar terecht kunnen zodat jij eens alleen of met een vriendin kan wandelen en eens kan uitrazen, kan huilen” adviseer ik. 

Anders zou ik aanraden om contact op te nemen met de psycholoog maar ik weet dat dit via skype bij haar niet zal werken. Of om te gaan zwemmen, eens naar de sauna te gaan, een dag uit te waaien aan zee of een avond te stappen om wat van zich af te dansen. 


Nee dus, allemaal niet mogelijk. 

Ik voel mij ontdaan, het vraagt creativiteit om advies te geven.


6. De jongeren blijven weg

Het valt me op hoe weinig jongeren ik hoor aan de telefoon of zie op de consultatie. Deze groep is in de huisartspraktijk niet sterk vertegenwoordigd, de jongerenpopulatie is op zich gezond. 


Maar toch verontrust het mij. Er wordt van hen nu wel veel gevraagd. Leren van thuis uit, wegvallen van alle mogelijke hobby’s en jeugdbeweging en het ganse uitgaansleven ligt stil. 


Hebben zij andere kanalen dan een klassieke huisartspraktijk om te ventileren of moet ik me toch wat zorgen maken? 

Vangt het CLB of de school dit op of hebben ze helemaal geen kanaal? 


De enkelingen die ik hoor en zie zijn vrij laconiek. Ze missen school niet, wel hun vrienden, het sociale contact, contact überhaupt en ze missen duidelijkheid, perspectief. 


Ik ben een schermtijd-checker en deze is gemiddeld gestegen. Ligt verslaving op de loer, als die er niet al was? Bewegen ze wel voldoende? 


Anderzijds tonen ze veel discipline in het aanhouden van de richtlijnen en sta ik versteld van hun aanpassingsvermogen. Misschien eens voor hen applaudisseren?!

Vandaag kwam een leraar BSO, fietstechnieken op consult. 


“Moet jij lesgeven?” vroeg ik aan het eind van het consult. 


“Moeilijk, het eerste trimester heb ik de theorie gegeven, nu zouden we starten met de praktijklessen nl. sleutelen aan fietsen, wiel eruit, ketting erop, licht installeren, noem maar op. Dat gaat gewoon niet per PC, zeker als je weet dat meer dan 2/3 van de leerlingen geen eigen fiets heeft en al helemaal geen om aan te sleutelen, laat staan het gepaste materiaal. 

Normaal loop je rond in het atelier, help je hier en geef je een aanwijzing daar. Zo motiveer je die gasten en haal je het betere in hen naar boven. Wij leraren weten het wel, ze mopperen en hangen rond maar stiekem zijn ze blij en trots op hun prestatie. Geef ze een compliment en je ziet ze groeien. Dat geeft ons, de leraren dan weer de energie en goesting om door te doen. 


Dat valt allemaal weg. 

Veel van die gasten zitten nu onder de radar, die bereiken we amper of ze zetten het scherm wel aan maar spelen gelijktijdig op de playstation. 

Verloren moeite en veel verslaving. Ik kijk wat ik kan doen maar vind dit zeer zorgwekkend en demotiverend.”

‘It takes a village to raise a child’. 

“Waar is ‘the village’?” vraagt een vader. 

“Wij zijn beide aan het telewerken, onze gasten zijn 7, 10 en 14 jaar oud. 

Nu schoolwerk op scherm en dat vraagt zeer veel begeleiding. 

We voelen ons continu schuldig. T.o.v elkaar, t.o.v de kinderen en t.o.v het werk. Niets doe je goed genoeg. We draaien op 150% en nog is dat niet voldoende. 

Zeer frusterend en niet vol te houden. 

School MOET terug open. De kinderen hebben meer nodig dan enkel hun ouders! 

Nu beseffen we hoe belangrijk het geheel is. 

De leerkrachten met hun passie voor de dynamiek van een groep kinderen en de zin om hen input te geven met verhalen, leerstof, knutselen en uitstappen.

En voor de grotere kids de vakkundigen. 

Dat geldt voor alle richtingen, de beroeps- en technisch opgeleiden, de kunstenaars uit het KSO en de germanist, de wiskundige of de geschiedkundige in het ASO. Stuk voor stuk zijn het opgeleiden die hun vak door en door kennen en hun liefde ervoor doorgeven aan de scholieren en studenten. 

Dat is van onschatbare waarde, dat valt nu weg en wij kunnen dat als ouders echt niet compenseren en het wordt ook echt niet vervangen door lessen via scherm. Nu hebben ze en soort ‘palliatief onderwijs’ toch?”

Dokter, ik heb huidhonger! Ik wil mijn vrienden zien en groeten met een omarming of een kus.”

“Ik moet terug sporten, boksen, voetballen, basketten, fysieke uiteenzetting met de ander hebben, ik trap de deur nog eens kapot!”

“Ik verlang naar de jeugdbeweging, samen rondhangen in het lokaal, muziekje, pintje, toffe sfeer en zoveel meer.”


7. Ziekte is rendabel – gezondheid niet 


De cijfers zijn ondertussen duidelijk: Covid19 treft de chronisch zieke mens. 

In het vakblad ‘Obesity’ lees ik: 

“Van de 124 Coronapatiënten die op intensieve zorgen in het UZ Rijsel moesten worden opgenomen, hadden bijna driekwart een BMI (Body Mass Index) tussen 30 en 40. Van de 85 patiënten die uiteindelijk beademd moesten worden had 90% een BMI van 35 of meer”. 

Belgische cijfers zijn gelijkaardig: in Leuven had 75% overgewicht nl. een BMI van 29, en de helft van de beademde mensen had een BMI van meer dan 30. (Een normaal BMI ligt tussen de 20 en 25.) 

Duidelijk dus, morbide obesitas of ziekelijk zwaarlijvig is een belangrijke risicofactor. Dit zijn mensen met sowieso een beperkte ademcapaciteit die snel uitgeput raken bij elke inspanning. 

In Amerika zijn ook jongeren getroffen. Gelukkig zijn de jongeren bij ons nog niet zo dik, maar we zien zwaarlijvigheid bij elke leeftijd toenemen: de gevolgen van onze levensstijl zijn niet te miskennen. Principieel zou elke levensstijl salutogenetisch of gezondheidsbevorderend moeten zijn en kan slechts een klein percentage van de mensen ziek worden. 

Niets is minder waar. Het aantal chronisch zieken - zowel somatisch als psycho-mentaal - neemt toe. Ook kinderen krijgen labels van disfunctioneren en hebben meer en meer chronische ziekten. Iedereen ziet het met lede ogen aan, maar niemand grijpt echt in. 

Ook wij artsen pleiten schuldig verzuim. Niet moeilijk: artsen en paramedici verdiénen aan de zieke mens. Als iedereen gezond is, heb ik geen werk. 

De lockdown brengt een gezegende rust. Iedereen beseft plots in welke rollercoaster wij draaien, dag in dag uit. Maar de economie implodeert, hallucinante sommen zijn nodig om deze weer op te starten. 

Maar willen we dat? Willen we terug naar af? 

Kunnen we eindelijk - ipv consumptie - gezondheid centraal stellen? Zelfs ons gezondheidssysteem is gericht op consumptie: het maakt deel uit van een economisch stelsel. 

En wie is hiervoor de drijfveer? De ZIEKE mens! 

Ik neem als voorbeeld diabetes type 2. Op het moment dat je diabetespatiënt wordt, start een zeer uitgebreid zorgtraject. En dat alles zo goed als gratis. 

Maar wie verdient hier uiteindelijk het meeste aan? De grote bedrijven die medisch materiaal produceren, zoals onderzoeksapparatuur, catheters, NMR’s, prothesen, dialysemateriaal, pompsystemen, meettoestellen, suikerstrips, enz. om er maar enkele te noemen. 

En uiteraard de farmaceutische industrie (diabetesmedicatie, cholesterolverlagers, hypertensieverlagers, vaccinaties...). 

Bij 99% van deze patiënten die wij als huisartsen opvolgen, weten we al jaren op voorhand dat het ooit diabeten worden. We waarschuwen, we wijzen op lifestyle, sturen mensen naar de diëtiste, adviseren om te sporten, dit alles tot vervelens toe. 

Is de patiënt gemotiveerd, dan moet hij voor al deze begeleiding veel geld ophoesten en het alléén volhouden. 

Maar het is vooral de kwetsbare populatie die het meest getroffen is: waar geld niet voorhanden is en intrinsieke motivatie ontbreekt. Niets aan te doen, want zolang je niet ziek bent, krijg je amper ondersteuning. Pas wanneer je ziek bent, wordt de zorg consequent opgestart en volledig bekostigd. 

Onlogisch toch! Maar het is een feit. 

Het budget dat de overheid voor gezondheidszorg inzet, komt amper ten goede van de gezondheid van de burger. Het wordt voornamelijk opgesoupeerd door de industrie. Ook de lonen van de zorgverstrekkers kosten een pak geld, maar vooral de inkomsten van artsen die technische prestaties kunnen inbrengen, is vaak hallucinant. En waar komt het technisch materiaal vandaan dat ze moeten kopen en afbetalen? Juist, ja, een vicieuze cirkel. En wat zal er overblijven na de Coronacrisis? Gezichten verscholen achter een mondmasker dat werd vervaardigd door een farmaceutisch bedrijf... 

Stel je voor dat vanaf morgen eindelijk ingezet wordt op gezondheid. Toegegeven: op korte termijn zou er enorm veel werkloosheid zijn in de overkoepelende medische wereld. Maar het vrijgekomen geld zou veel werkgelegenheid creëren ten dienste van de gezondheid van elke mens! 



8. Tele-geneeskunde, het nieuwe normaal


Reeds jaren ijveren huisartsen voor de invoer van het telefonisch consult zoals onze Noorderburen dat kennen. 


Om meerdere redenen werd dit steeds afgehouden maar nu plots kan het en wordt zelfs het advies gegeven zo veel mogelijk telefonisch te triëren zodat een fysiek contact en dus de kans op overdracht van Corona beperkt blijft. 


Zowel voor ons, de huisartsen als voor de patiënten is het aftasten en zoeken welke vragen al dan niet telefonisch opgelost kunnen worden. Als huisarts is het belangrijk goed aan te geven wanneer het wenselijk is om langs te komen, voornamelijk wanneer een klinisch onderzoek noodzakelijk is. 


Hopelijk blijft het telefonisch consult een feit, ook na de Coronacrisis. Een aantal per dag zou ik standaard inboeken. Zeker in de huisartsgeneeskunde waar de patiënten over jaren gevolgd worden en goed gekend zijn zou het telefonisch consult een meerwaarde zijn. 


Ik gebruik het nu ook pro-actief om mensen op te bellen, ik zie er alleen maar voordeel in.

M. is een oudere, lieve vrouw. Zij staat midden in een rouwproces, haar dochter stierf onverwacht. In het verleden heeft ze, na jaren zorg, haar man en later ook haar zoon begraven. De eenzaamheid knaagt, het verdriet is groot en in de voorbije maanden kwam ze zelden buiten. Voor haar hoeft het allemaal niet meer, ze is gebroken. Soms heeft ze een goede nacht, soms een dag zonder tranen. 


Als huisarts ben ik een luisterend oor en probeer in te schatten hoe zij deze derde zware klap in haar biografie verwerkt. Het is een sterke vrouw, weinigen zouden haar verhaal met zo veel kracht dragen. Aan het eind van het consult stel ik haar voor over een vier tal weken nog eens langs te komen en dat vindt ze goed met de woorden: “als ik dan nog buiten kom met de Corona.”


Voorspellende woorden want een week later is de lockdown een feit. 

Het telefonisch consult wordt ingevoerd - een zegen - en ik bel haar op ‘ter controle’ op het moment dat haar afspraak geboekt stond.

Ze vertelt dat ze heel vroeg in de ochtend en laat in de avond een klein toerke doet met de hond. Haar zoon doet de boodschappen. Vanop haar balkon klikt ze de auto open, daar worden de boodschappen ingelegd en later haalt zij ze op. Ze praten wat op afstand. Het nieuws volgt ze niet meer, dat is te beangstigend en tegenstrijdig. Ze focust op de kleine dingen in haar huishouden en berust in de maatregelen. 


Naar mijn inschatting doet ze het verbazend goed. Als ik vraag of ze geen nood heeft aan wat meer contact bevestigt ze dat. Ik adviseer haar af en toe toch eens een wandeling te maken met haar zoon of kleindochter en de veilige afstand daarbij aan te houden. Beide zijn volwassen mensen en als ze niet ziek zijn is dat zeker OK. Zo kan ze haar verhaal eens kwijt, maakt ze eens een grotere wandeling en wordt haar eenzaamheid doorbroken. 


Een recent, tweede telefonisch consult leert mij dat ze niet durft te vragen aan haar zoon om te wandelen, al ziet ze ook in zijn ogen de nood. 


“De gedachte dat mijn dochter niet nu is overleden biedt mij veel troost. Wij hebben op een normale manier afscheid kunnen nemen. Nu sterven is een drama, alleen en verlaten en nadien bijna geen mogelijkheid om afscheid te nemen voor de nabestaanden.”


Vandaag bel ik haar, vertel dat ik haar verhaal als casus wil gebruiken en vraag of ik het mag publiceren. Ik lees het voor en ze is ontroerd. We praten nog even na en ze bedankt mij voor het gesprek, zulke kleine uitwisselingen fleuren haar dagen op en zijn lichtpuntjes in deze moeilijke tijd. 

Ik besef dat mensen dezer dagen om zo weinig zo dankbaar zijn en ben blij dat ik haar telefonisch gecontacteerd heb.


9. Bye-bye ziektebriefjes


Sinds de lockdown moet ik amper nog wettigingen van één tot drie dagen ziekteverlof voor scholieren of werkenden schrijven omdat de jeugd thuis is en velen thuiswerk doen. 


Al langer pleiten vele huisartsen voor een aanpassing van de ziektewetgeving nl. wettiging vanaf dag vier van afwezigheid. Hopelijk wordt dit nu op hoger niveau besproken en algemeen ingevoerd. Het zal de gezondheidszorg een pak geld sparen als je bedenkt dat het ganse controlesysteem dan meer kan focussen op reïntegratie van langdurig zieken. 


 Het zou een signaal zijn van vertrouwen. 


Voor ons huisartsen zou er een groot aantal overbodige consultaties wegvallen. 

De patiënt schaamt zich soms bij de woorden ‘ik kom eigenlijk alleen maar om een briefje’ en ik denk ‘al die moeite, je was beter in je bed - nu zou het ‘kot’ zijn - gebleven’. 



Dr. Helena Maryns - huisarts in Gent


CORONAVIRUS, WAT NU? 



Situering

Het Coronavirus geeft vnl. klachten van de bovenste luchtwegen al dan niet met koorts. Soms ook keelpijn. Soms hoest, maar eerder weinig. Zelden is het verloop ernstig.

Bij klachten van de luchtwegen en of koorts blijft het belangrijk de richtlijn om 7 dagen contact met derden te mijden verder op te volgen.

Opvallend is dat na deze eerste, vaak milde klachten, bij een klein aantal mensen, na enkele dagen opnieuw klachten optreden. De ervaren klachten variëren in ernst en liggen allemaal in de lijn van druk tot pijn op de borst, een eerder droge hoest en vermoeidheid.

Iedereen heeft ondertussen de beelden van witte longen tgv vochtophoping interstitieel - dit wil zeggen in het weefsel tussen de longblaasjes - gezien en ook het hart kan getroffen zijn met een licht ontstekingsbeeld. Deze complicatie is zeldzaam. Een opname op IZ is nog veel zeldzamer noodzakelijk en ondertussen is duidelijk dat voornamelijk mensen met een medische voorbelasting getroffen worden. De medische belasting die risico geeft zijn diabetes, hoge bloeddruk, zwaarlijvigheid, longproblemen en ouderdom op zich is ook belastend. 3 risicofactoren of meer geven een slechte prognose. 

Zo goed als ALLE andere patiënten recupereren 100%! Gezonde mensen hoeven zich dus weinig zorgen te maken! 

Naast de stofwisseling vragen ook het hartsysteem en de longen vragen om zorg. Beide zijn ritmische organen. Het hart sluit meer aan bij de onbewuste, steeds maar doorwerkende stofwisseling en is nauwelijks bewust te beïnvloeden. De longen sluiten meer aan bij onze hoofdkant die bewust en sterk te beïnvloeden is (ogen sluiten, oren spitsen,..). Zo kan je even je adem inhouden of slaan emoties snel op de ademhaling.


Wat kan je doen om deze ritmische organen te verzorgen?


1. verzorg je ritme!

Ritme is een in en uit, een samentrekking en een spreiden, een actieve fase en een rustfase, een steeds ompolen van het ene in het andere. Zo spreek je en luister je, zo adem je in en adem je uit, zo slaap je en waak je, zo eet je en verteer je,...

Concreet:

- slaap voldoende,

- ga wandelen, joggen, doe iets actief,

- houd een siesta,

- eet gezond en matig en bouw pauzes in om te verteren,

- ...


2. verzorg je voeding!

Als de longen vocht uitscheiden in hun weefsels worden ze een stofwisselingsorgaan. Dat is niet hun functie, dan gaat het mis. Hun functie ligt in het luchtelement door het opnemen van zuurstof en uitscheiden van CO2.

In ons verteringsstelsel gebeurt de in- en uitscheiding in vochtig milieu. Ook de nieren helpen daarbij.

Je kan op 2 manieren helpen nl. door de stofwisseling te stimuleren en ondersteunen of juist te ontzien.

Concreet:

- Stimuleer de nieren door:

- voldoende te drinken vb blaas- en nierthee,

- door de nierzone warm te houden en eventueel in te wrijven met een doorwarmende olie. 

- Ook een oliecompres is een zegen voor de nieren. Onder plegan.nl vind je een filmpje hoe je een borstwikkel kan leggen. Hetzelfde principe kan voor een nierwikkel.

-  Ondersteun je vertering door:

- niet overmatig te eten zodat deze organen niet extra belast worden.

- Door veel melkproducten (maken slijmen) te vermijden. Als je dit niet kan missen neem gezuurde producten zoals yoghurt, kwark en kefir.

- Wees zeer matig met of ontzeg je van alcohol, gezoete dranken, koffie, chocolade en andere genietertjes.

- Voorzie bij elke maaltijd iets warms vb. thee in de ochtend, soep, warme stoofpotjes,...

- Alle bladgroenten, artisjok en curcuma bevatten veel bitterstoffen die de lever en gal stimuleren, voeg ze toe aan je menu en

- eet gezonde vetten zoals olieën, avocado, noten en volle roomboter ( tenzij roomboter expliciet werd afgeraden).

- Ook de lever houdt van warmte! Een warme kruik tijdens de siesta of wikkel met duizendbladthee, daar wordt hij helemaal blij van.


3. zorg voor warmte, licht en lucht!

 Warmte is meer dan 'de thermostaat hoger zetten'. Warmte mag je breed interpreteren, concreet:

- zorg voor fysieke warmte zoals warme kledij, warme dranken, warme maaltijden, badjes met eventueel toevoeging van etherische olie van lavendel, kastanje of winterbad, sauna,...

- zorg voor warmte op socio-emotioneel vlak door mildheid, respect, gezelligheid, omhulling...

- zorg voor een enthousiasme in the mind! Denk positief en onderschat de kracht van de gedachte niet. Leef je kernkwaliteiten en wees enthousiast voor wat je doet, voor het leven tout cours!


Let op voldoende luchtcirculatie door af en toe goed te doorluchten. Als het weer het toestaat laat de vensters open. Een kamertemperatuur van 18 - 20° max is ideaal.

Zorg ook voor voldoende luchtvochtigheid door bv. te verstuiven met ontsmettende etherische olie van munt, eucalyptus, rozemarijn, salie, hysop en kamfer. 


Licht structureert, dat zie je aan de planten. Zij die in het licht staan hebben een fijnere bladstructuur. Ook wij hebben licht nodig om ons organisme goed te structureren. Ga dus de lentezon  gedurende een twintig tal minuutjes per dag, deze is midden maart nog niet zo sterk dat ze kankerverwekkend is. Dan maak je extra vitamine D wat gunstig is voor de immuniteit.


4. 'omarm' de koorts

Data uit China hebben ondertussen duidelijk aangetoont dat onderdrukking van de koorts zeer nadelig is. Ook met de traditionele Chinese geneeskund is goede ervaring opgedaan. 

Het is dus raadzaam niet meteen, zodra men zich ziek voelt, hoofdpijn en/of koorts heeft, koortswerende middelen te nemen. Koorts is warmte en is een normale reactie van het lichaam ter ondersteuning van de immuunreactie op een infectie. Bij koorts lopen de immuunprocessen sneller en intenser dan anders. Ook kunnen vele virussen minder goed overleven op de verhoogde temperatuur. Dus niet reageren: koorts = abnormaal => onderdrukken, maar koorts als een zegen beschouwen. De virussen worden sneller afgebroken door deze warmtereactie van het lichaam. Koorts moet alleen als dusdanig tegengegaan worden als hij al te hoog wordt of te lang duurt, en dat is maar zelden het geval. Men kan veel doen met huismiddeltjes om koorts en hoofdpijn draaglijk te maken. 

Een uitermate interessante website is: http://warmuptofever.org opgemaakt door Prof. David Martin, kinderarts.